Short answer
Niet alleen een voltooid misdrijf is strafbaar: ook de poging en, bij zware misdrijven, de voorbereiding. De rechtspraak van 2025 en 2026 trekt de grens tussen plannen en voorbereiden scherper, aanvaardt vrijwillige terugtred zelden en bestraft de voorbereiding van explosies, overvallen en liquidaties zwaar.
In het strafrecht kan worden ingegrepen voordat een misdrijf is voltooid. Wie een begin maakt met de uitvoering van een misdrijf, is strafbaar wegens poging (artikel 45 Sr), en wie voorwerpen, informatie of vervoermiddelen verwerft die bestemd zijn voor een misdrijf waarop acht jaar of meer gevangenisstraf staat, is strafbaar wegens voorbereiding (artikel 46 Sr). Voor poging geldt een strafmaximum van twee derde van de hoofdstraf, voor voorbereiding de helft. Wie uit eigen beweging stopt, kan straffeloos blijven door vrijwillige terugtred (artikel 46b Sr). In dit artikel beschrijven wij hoe de rechter deze leerstukken in 2025 en 2026 heeft toegepast.
Begin van uitvoering: wanneer is het een poging?
Of een gedraging een poging is, beoordeelt de rechter naar de uiterlijke verschijningsvorm: is het handelen gericht op de voltooiing van het misdrijf? De Hoge Raad heeft dat criterium in juni 2026 toegepast op uithalers in de Rotterdamse haven. Vier mannen werden 's nachts afgezet bij een beveiligd haventerrein, gekleed in donkere kleding, met een betonschaar, zaklamp en containerzegels, en werden bij het hek onderschept voordat zij het terrein hadden betreden. Omdat hun gedragingen in tijd en plaats dicht bij het misdrijf lagen en daar concreet op waren gericht, was volgens de Hoge Raad al sprake van een begin van uitvoering (ECLI:NL:HR:2026:1030). Ook een poging die niet kan slagen, is strafbaar: de rechtbank Amsterdam veroordeelde een man die de invoer van duizend kilo cocaïne had georganiseerd, terwijl de container uiteindelijk geen cocaïne bleek te bevatten (ECLI:NL:RBAMS:2025:4405).
Voorbereiding: de grens tussen plannen en voorbereiden
Bij voorbereiding draait het om de vraag of de voorwerpen bestemd waren voor het misdrijf zelf. De feitenrechters trekken die lijn in 2025 en 2026 scherp. De rechtbank Oost-Brabant sprak in februari 2026 een man vrij die via cryptotelefoons zeer concreet over liquidaties had gesproken, uitvoerders zocht en prijzen noemde: zolang de telefoons alleen worden gebruikt om plannen te maken, zijn het geen strafbare voorbereidingsmiddelen (ECLI:NL:RBOBR:2026:1090). Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in juni 2026 in dezelfde lijn dat een peilbaken, een simkaart en telefoons die alleen de planning van een beroving dienden, niet bestemd waren tot het begaan van dat misdrijf (ECLI:NL:GHAMS:2026:1561). En de rechtbank Den Haag sprak in augustus 2026 een psychotische man vrij van het voorbereiden van een aanslag op twee prinsessen: twee gekochte bijlen en een briefje met namen werden door niets in het dossier ondersteund (ECLI:NL:RBDHA:2026:24325).
Zodra de middelen daadwerkelijk voor de uitvoering bestemd zijn, volgt echter een veroordeling en vaak een zware straf. De rechtbank Gelderland legde vier jaar gevangenisstraf op aan een man die met bivakmuts, mes en geprepareerde tiewraps een woning binnendrong; juist de tiewraps, bruikbaar als handboeien, maakten de bestemming duidelijk (ECLI:NL:RBGEL:2025:3982). Bij de voorbereiding van explosies, een groot maatschappelijk probleem met nog altijd honderden aanslagen per jaar, is de rechter streng. Een 22-jarige die twee minderjarigen naar Amsterdam bracht om explosieven bij een woning en een auto te plaatsen, kreeg zes jaar (ECLI:NL:RBAMS:2025:3921). Een man in wiens auto explosieve constructies voor een plofkraak lagen, kreeg twee jaar (ECLI:NL:RBMNE:2026:3510), en wie een vuurwerkbom bij zijn ex-schoonfamilie liet plaatsen die niet afging, drie jaar waarvan één voorwaardelijk (ECLI:NL:RBDHA:2026:19364). Bij liquidaties is voorbereiding bovendien het vangnet wanneer de moord zelf niet bewezen kan worden: de rechtbank Amsterdam legde in juni 2026 acht jaar op voor de voorbereiding van een liquidatie, terwijl de verdachte van de moord werd vrijgesproken (ECLI:NL:RBAMS:2026:5899).
Drugs: voorbereiding als zelfstandig misdrijf
Voor harddrugs kent de Opiumwet in artikel 10a een eigen, ruime strafbaarstelling van voorbereiding en bevordering. De Hoge Raad bevestigde in mei 2025 dat ook het onderhandelen met leveranciers, het benaderen van afnemers en het regelen van geldtransfers om kredietwaardigheid aan te tonen daaronder vallen (ECLI:NL:HR:2025:812). De rechtbank Rotterdam legde in mei 2026 zeven jaar op aan een lid van een organisatie die 7.700 kilo cocaïne wilde invoeren en daarvoor telefoons kocht, ontmoetingen organiseerde en voertuigen regelde (ECLI:NL:RBROT:2026:5726).
Vrijwillige terugtred: zelden aanvaard
Wie stopt voordat het misdrijf is voltooid, is alleen straffeloos als dat aan zijn eigen wil te danken is. De Hoge Raad oordeelde in februari 2025 dat een jongen die met een machete en bivakmutsen rondreed op zoek naar een slachtoffer voor een straatroof en uiteindelijk doorreed, niet was teruggetreden: hij had zich van de voorwerpen moeten ontdoen, zodat het misdrijf daarmee niet meer kon worden begaan (ECLI:NL:HR:2025:203). De rechtbank Den Haag aanvaardde in mei 2025 wél terugtred bij een man die zijn echtgenote met een mes aanviel en stopte terwijl hij zonder veel moeite had kunnen doorgaan (ECLI:NL:RBDHA:2025:8209), maar verwierp het beroep van een schutter die in opdracht op de verkeerde persoon schoot, omdat niets erop wees dat hij tijdens de voorbereiding tot inkeer was gekomen (ECLI:NL:RBDHA:2026:5299).
De rechtspraak laat zien dat de verdediging in deze zaken op twee punten het verschil kan maken: de vraag of de gedragingen al een begin van uitvoering vormden, en de vraag of de aangetroffen voorwerpen werkelijk bestemd waren voor het misdrijf zelf of slechts voor het maken van plannen. Wie wordt verdacht van voorbereiding of poging, doet er daarom verstandig aan zich vanaf het eerste verhoor te laten bijstaan door een advocaat die deze grenzen kent.
