Kort antwoord
Bij een dodelijk verkeersongeval bepaalt de mate van schuld de straf, niet de ernst van het gevolg. Bij een enkele fout blijft het in 2025 en 2026 bij een taakstraf en rijontzegging; bij roekeloos rijgedrag volgen jarenlange gevangenisstraffen. Alcohol, drugs en doorrijden na het ongeval wegen zwaar mee.
Wie een ongeval veroorzaakt waarbij een ander om het leven komt, kan worden vervolgd voor dood door schuld in het verkeer: artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De straffen lopen sterk uiteen, van een taakstraf tot jarenlange gevangenisstraf. Dat komt doordat de wet en de rechter niet kijken naar het gevolg, maar naar de mate van schuld van de bestuurder. In dit artikel bespreken wij het wettelijk kader en analyseren wij de uitspraken uit 2025 en 2026, zodat duidelijk wordt welke straf in welke situatie te verwachten is.
Het wettelijk kader en de oriëntatiepunten
Artikel 6 WVW stelt strafbaar dat iemand door zijn schuld een verkeersongeval veroorzaakt waardoor een ander wordt gedood of zwaar gewond raakt. De laagste vorm van schuld is aanmerkelijke onvoorzichtigheid; daarboven staan zeer onvoorzichtig gedrag en, als zwaarste vorm, roekeloosheid. Sinds de wetswijziging van 2020 bedraagt het strafmaximum bij een dodelijk ongeval zes jaar gevangenisstraf en bij roekeloosheid negen jaar. Van roekeloosheid is in ieder geval sprake bij een opzettelijke ernstige schending van verkeersregels als bedoeld in artikel 5a WVW, zoals extreem hard rijden, door rood rijden of gevaarlijk inhalen. Alcohol- of drugsgebruik, het weigeren van een test en het verlaten van de plaats van het ongeval verhogen het maximum verder.
Voor de strafmaat hanteren rechters de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Bij aanmerkelijke schuld zonder alcohol is het uitgangspunt een taakstraf van 240 uur en een jaar ontzegging van de rijbevoegdheid. Bij ernstige schuld is dat zes maanden gevangenisstraf en twee jaar ontzegging, en bij een zeer hoge mate van schuld acht maanden en drie jaar. Komt daar alcohol bij, dan lopen de uitgangspunten op tot vier jaar gevangenisstraf en vijf jaar ontzegging. Voor roekeloosheid bestaat geen oriëntatiepunt; die zaken zijn te verschillend.
Aanmerkelijke schuld: taakstraf en ontzegging
De rechtspraak van 2025 en 2026 laat zien dat rechters bij een enkele verkeersfout strak vasthouden aan het uitgangspunt van een taakstraf, ook wanneer de gevolgen fataal zijn. De rechtbank Noord-Holland legde in april 2026 een taakstraf van 240 uur en een jaar ontzegging op aan een bestuurder die bij hevige regen bijna vijftig kilometer per uur te hard reed en frontaal op een tegenligger botste (ECLI:NL:RBNHO:2026:4535). Een chauffeur die in Zaandam een 82-jarige voetganger aanreed toen hij te snel achteruitreed, kreeg 200 uur taakstraf en twaalf maanden ontzegging (ECLI:NL:RBNHO:2026:3063). In Vlaardingen bediende een bestuurder zijn telefoon en reed hij een fietser aan bij wegwerkzaamheden; het Openbaar Ministerie eiste zes maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank Rotterdam volstond met 240 uur taakstraf en vijf maanden ontzegging (ECLI:NL:RBROT:2025:5178).
Rechters weigeren consequent de schuld af te leiden uit de ernst van het gevolg. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in augustus 2026 dat een bestuurder die onder invloed van alcohol en cannabis twee jonge voetgangers doodreed en vervolgens wegreed, aanmerkelijk onvoorzichtig had gereden en niet roekeloos (ECLI:NL:GHARL:2026:5348). De straf viel niettemin hoog uit: 24 maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, en vier jaar ontzegging, juist vanwege het middelengebruik en het verlaten van de plaats van het ongeval. Een bestuurder die in het donker hard optrok op een parkeerplaats, een voetganger doodreed en doorreed, kreeg van de rechtbank Den Haag twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf (ECLI:NL:RBDHA:2026:17021).
Roekeloosheid: jarenlange gevangenisstraf
Aan de andere kant van het spectrum staan de zaken waarin de rechter roekeloosheid aanneemt. Een achttienjarige die in Leiden met 98 kilometer per uur over een busbaan reed, rechts inhaalde en door rood reed, waarna een minderjarige fietser overleed, kreeg 48 maanden gevangenisstraf, waarvan twaalf voorwaardelijk, en vijf jaar ontzegging (ECLI:NL:RBDHA:2026:31). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden legde vijf jaar gevangenisstraf op aan een bestuurder die met snelheden tot 136 kilometer per uur in de bebouwde kom van Apeldoorn een fietser doodreed (ECLI:NL:GHARL:2025:2243), en de rechtbank Rotterdam kwam tot dezelfde straf voor een bestuurder zonder rijbewijs die onder invloed van alcohol en cocaïne met 127 kilometer per uur een fietser aanreed (ECLI:NL:RBROT:2025:5024). In beide zaken had het Openbaar Ministerie doodslag ten laste gelegd; de rechter oordeelde dat de bestuurder de dood niet bewust had aanvaard.
De grens met doodslag is in beweging. Bij extreme snelheden in de bebouwde kom nemen rechters steeds vaker voorwaardelijk opzet aan. De rechtbank Overijssel veroordeelde een bestuurder die met 186 kilometer per uur door Hengelo reed tot acht jaar gevangenisstraf wegens doodslag (ECLI:NL:RBOVE:2025:6960), en het gerechtshof 's-Hertogenbosch kwam in april 2026 tot vijf jaar wegens doodslag in een zaak waarin de rechtbank nog artikel 6 WVW had aangenomen (ECLI:NL:GHSHE:2026:1110). De Hoge Raad verduidelijkte in april 2026 bovendien dat voor artikel 5a WVW niet vereist is dat er concreet andere weggebruikers in de buurt waren; voldoende is dat de bestuurder door zijn gedrag niet meer in staat was adequaat op anderen te reageren (ECLI:NL:HR:2026:560).
Wat betekent dit voor u?
De uitspraken van 2025 en 2026 laten een duidelijk patroon zien. Een enkele inschattingsfout, hoe ernstig de gevolgen ook zijn, leidt tot een taakstraf en een ontzegging, en soms zelfs tot vrijspraak van artikel 6 wanneer de bestuurder wel heeft gekeken maar het slachtoffer niet heeft gezien (ECLI:NL:RBNHO:2026:2807). Alcohol, drugs, telefoongebruik en het verlaten van de plaats van het ongeval maken het verschil tussen een taakstraf en een gevangenisstraf. Bewust en extreem rijgedrag wordt als roekeloosheid of zelfs als doodslag bestraft met jarenlange gevangenisstraf. Voor de verdediging is de kwalificatie van de schuld daarom het belangrijkste onderwerp in deze zaken. Wie betrokken is bij een dodelijk verkeersongeval, doet er verstandig aan zich vanaf het eerste verhoor te laten bijstaan door een advocaat die dit beoordelingskader kent.
