Naar de inhoud

Kennisbank / Geweldsdelicten

Zelfverdediging bij geweld: wanneer slaagt een beroep op noodweer?

mr B.P.J. (Benjamin) Heinrici

Advocaat | Partner

30 sep 2026

Kort antwoord

Wie zichzelf of een ander verdedigt tegen een aanval, is niet strafbaar als de verdediging noodzakelijk en niet buitensporig was. De rechtspraak van 2025 en 2026 laat zien dat noodweer slaagt in werkelijk benarde situaties, maar strandt zodra de aanval voorbij is of de verdachte zelf de confrontatie zocht.

Wie wordt aangevallen, mag zich verdedigen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht: wie een feit begaat dat geboden is door de noodzakelijke verdediging van zijn lijf, eerbaarheid of goed, of dat van een ander, tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, is niet strafbaar. Gaat de verdediging te ver door een hevige gemoedsbeweging die de aanval heeft veroorzaakt, dan kan een beroep op noodweerexces slagen. In de praktijk wordt dit verweer in veel geweldszaken gevoerd, maar lang niet altijd aanvaard. In dit artikel beschrijven wij het beoordelingskader en laten wij aan de hand van uitspraken uit 2025 en 2026 zien wanneer het verweer wel en niet slaagt.

Het beoordelingskader

De Hoge Raad heeft de eisen in 2016 in een overzichtsarrest samengevat (ECLI:NL:HR:2016:456). Er moet sprake zijn van een aanranding die ogenblikkelijk en wederrechtelijk is; ook een onmiddellijk dreigend gevaar telt mee, maar de enkele vrees voor een aanval niet. De verdediging moet noodzakelijk zijn: wie zich redelijkerwijs aan de aanval kon en moest onttrekken, mag zich niet verdedigen. En de verdediging moet geboden zijn: het gekozen middel mag niet in onredelijke verhouding staan tot de ernst van de aanval. Eigen voorafgaand gedrag staat alleen in bijzondere gevallen aan noodweer in de weg, zoals wanneer de verdachte de aanval heeft uitgelokt of bewust de confrontatie heeft gezocht. Voor noodweerexces is vereist dat de aanranding een hevige gemoedsbeweging heeft veroorzaakt, zoals angst of paniek, die van doorslaggevend belang is geweest voor het te ver gaan.

Wanneer het beroep slaagt

De uitspraken van 2025 en 2026 laten zien dat rechters ook zwaar geweld aanvaarden wanneer de situatie werkelijk benard was. De rechtbank Den Haag ontsloeg in december 2025 een man van alle rechtsvervolging die tijdens een drugsdeal een pistool op zijn hoofd kreeg, na een worsteling opnieuw met de dood werd bedreigd en zittend op de vloer eenmaal in het bovenbeen van de aanvaller schoot, die daaraan overleed (ECLI:NL:RBDHA:2025:22739). De criminele context van de ontmoeting stond aan noodweer niet in de weg. De rechtbank Noord-Holland kwam tot dezelfde uitkomst voor een man die in een park door vijf personen was omsingeld en op de grond werd geschopt, en vervolgens met een mes stak (ECLI:NL:RBNHO:2025:4976). Van hem kon niet worden verlangd dat hij eerst een minder ingrijpend middel koos. Een vrouw die in haar auto door haar ex-partner bij de nek werd gegrepen en zich met een stanleymes en pepperspray verdedigde, werd door de rechtbank Midden-Nederland eveneens ontslagen van alle rechtsvervolging (ECLI:NL:RBMNE:2026:3992).

Waar noodweer niet slaagt omdat de verdediging te ver ging, biedt noodweerexces soms alsnog uitkomst. Een moeder die zag hoe haar verstandelijk beperkte zoon in haar woning werd mishandeld en de aanvaller vijfmaal met een keukenmes stak, handelde volgens de rechtbank Oost-Brabant niet proportioneel, maar wel in paniek die door de aanval was veroorzaakt; zij bleef straffeloos (ECLI:NL:RBOBR:2025:2443). De rechtbank Limburg oordeelde in juli 2026 hetzelfde over een bewoner die in een kamerverhuurpand door twee broers werd aangevallen en hen met een mes ernstig verwondde (ECLI:NL:RBLIM:2026:7342).

Wanneer het beroep strandt

Het verweer loopt het vaakst vast op het moment ná de eerste aanval. Zodra de tegenstander op de grond ligt, zich terugtrekt of buiten de deur staat, is de noodweersituatie voorbij. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde een man die na een vechtpartij bij een eetcafé een bewusteloos slachtoffer in het gezicht schopte: van een aanranding was toen geen sprake meer (ECLI:NL:GHSHE:2026:675). Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in september 2026 dat een bewoner die bij zijn voordeur werd bespuugd, de deur had kunnen sluiten in plaats van een keukenmes te pakken en naar buiten te gaan; het mesgebruik stond bovendien in zo'n wanverhouding tot het spugen dat ook noodweerexces was uitgesloten (ECLI:NL:GHARL:2026:5881). Tegenover een duw of een vuistslag wordt een mes of vuurwapen vrijwel altijd disproportioneel geacht: een man die voor een café na een duw en een uithaal met een vuurwapen schoot, kreeg achttien maanden gevangenisstraf omdat hij had kunnen weglopen (ECLI:NL:GHARL:2026:3621).

Ook wie zelf de confrontatie zoekt, verliest de bescherming van artikel 41. Een vrouw die de ex-vriend van haar dochter herhaaldelijk opzocht en hem uiteindelijk in de rug stak, kreeg van de rechtbank Rotterdam 36 maanden gevangenisstraf (ECLI:NL:RBROT:2025:6257), en een man die gewapend met een mes achter zijn belagers aan rende, had volgens de rechtbank Oost-Brabant de gewelddadige reactie zelf uitgelokt (ECLI:NL:RBOBR:2026:6325).

De Hoge Raad corrigeert te strenge rechters

Opvallend in 2025 en 2026 is dat de Hoge Raad meermaals uitspraken heeft vernietigd waarin het beroep op noodweer te snel werd verworpen. In september 2025 oordeelde hij dat een gerechtshof het begrip ogenblikkelijke aanranding te beperkt had uitgelegd en niet had gemotiveerd hoe de verdachte zich in een volle kroeg aan de aanval had kunnen onttrekken (ECLI:NL:HR:2025:1224). In juli 2026 herinnerde hij eraan dat de proportionaliteit terughoudend moet worden beoordeeld: een kopstoot van iemand die werd vastgehouden en geslagen, mocht niet zonder meer als onredelijk worden aangemerkt (ECLI:NL:HR:2026:1193). En in september 2026 besliste hij dat een verdachte die ontkent te hebben gestoken, daarmee niet zijn recht verliest op een inhoudelijke toets van de door de rechter zelf vastgestelde noodweersituatie (ECLI:NL:HR:2026:1543).

Het verweer heeft dus kans van slagen wanneer de aanval reëel en acuut was, er geen redelijke uitweg bestond en het geweld in verhouding stond tot de dreiging. Het strandt wanneer de verdachte doorging nadat het gevaar was geweken, een wapen gebruikte tegen ongewapend geweld of zelf de confrontatie opzocht. Omdat alles afhangt van de precieze toedracht, is het van groot belang de feiten vanaf het eerste verhoor zorgvuldig en consistent naar voren te brengen. Overleg daarom altijd eerst met een advocaat voordat u een verklaring aflegt.