Naar de inhoud

Kennisbank / Geweldsdelicten

Poging tot doodslag: ontwikkelingen in de rechtspraak

01 okt 2026

Kort antwoord

Voor poging tot doodslag moet de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood bewust hebben aanvaard. De rechtspraak van 2025 en 2026 laat zien dat messteken in de romp en zwaar geweld tegen het hoofd daar al snel aan voldoen, maar dat de rechter concreet moet vaststellen hoe hard, waar en hoe gericht het geweld was.

Poging tot doodslag is een veelvoorkomende verdenking in geweldszaken. Op doodslag staat maximaal vijfentwintig jaar gevangenisstraf, zodat ook de poging zwaar wordt bestraft. Of een steekpartij, een schop tegen het hoofd of het inrijden op iemand als poging tot doodslag of als (poging tot) zware mishandeling wordt gekwalificeerd, hangt af van één vraag: had de verdachte opzet op de dood? In de praktijk gaat het bijna altijd om voorwaardelijk opzet. In dit artikel beschrijven wij het beoordelingskader en laten wij aan de hand van de rechtspraak uit 2025 en 2026 zien waar de grens ligt.

Het kader: aanmerkelijke kans en bewuste aanvaarding

Voorwaardelijk opzet vereist dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn gedraging de dood tot gevolg zou hebben. Een aanmerkelijke kans is volgens de Hoge Raad een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid; een percentage bestaat niet. Of de verdachte die kans ook heeft aanvaard, leidt de rechter af uit de uiterlijke verschijningsvorm van het gedrag: bepaalde gedragingen zijn naar hun aard zozeer op de dood gericht dat het niet anders kan dan dat de dader de kans heeft aanvaard, tenzij er contra-indicaties zijn. De Hoge Raad herhaalde dit kader in april 2026 woordelijk (ECLI:NL:HR:2026:689). Tegelijk stelt hij eisen aan de motivering. In januari 2026 vernietigde hij een veroordeling omdat het hof had volstaan met de vaststelling dat een harde kopstoot was gegeven, zonder iets vast te stellen over de kracht en de gerichtheid daarvan (ECLI:NL:HR:2026:51). En in november 2025 oordeelde hij dat wie door de ramen van een sportschool schiet, alleen opzet op de dood kan hebben als hij zich bewust was van de mogelijke aanwezigheid van personen (ECLI:NL:HR:2025:1676).

Messteken: waar wordt iemand geraakt?

Bij steekwapens is de lijn van de rechtspraak consistent. Steken in de romp, de hals of het hoofd leveren vrijwel altijd poging tot doodslag op, ook bij één steek en ook bij beperkt letsel. De rechtbank Rotterdam veroordeelde een vrouw die één keer met een mes van twaalf centimeter diep in de onderrug stak tot 36 maanden gevangenisstraf (ECLI:NL:RBROT:2025:6257). Drie steken in de buikstreek leverden in Noord-Holland 21 maanden en tbs met voorwaarden op (ECLI:NL:RBNHO:2026:1154), en vijftien steken met een aardappelschilmes in buik en benen vier jaar en tbs met dwangverpleging (ECLI:NL:GHDHA:2026:1748). De advocaten-generaal bij de Hoge Raad formuleren het als algemene ervaringsregel dat het hoofd, en met name de ogen, zo kwetsbaar zijn dat messteken daarin een aanmerkelijke kans op de dood opleveren (ECLI:NL:HR:2025:1307).

Steken of snijden in armen en benen is een ander verhaal. De rechtbank Noord-Nederland sprak in februari 2026 een man vrij van poging tot doodslag die zijn partner met een glasscherf een twintig centimeter lange snee in de onderarm had toegebracht: snijwonden zijn zelden dodelijk, tenzij grote bloedvaten worden geraakt, en dat was hier niet vastgesteld (ECLI:NL:RBNNE:2026:466). De rechtbank Gelderland maakte in een zaak met een samoeraizwaard onderscheid per slachtoffer: hakwonden over het hele lichaam waren poging tot doodslag, één snijwond in de pols van een tweede slachtoffer niet (ECLI:NL:RBGEL:2025:10010). Een oppervlakkige snee van een centimeter in de hals, zonder bewijs dat gericht of met kracht was gestoken, leverde zelfs geen poging tot zware mishandeling op (ECLI:NL:RBNNE:2026:2641).

Geweld zonder wapen, auto's en vuurwapens

Bij ongewapend geweld tegen het hoofd is de uitkomst het meest afhankelijk van de feiten. Het gerechtshof Amsterdam kwalificeerde het met kracht tegen het hoofd schoppen van een bewegingloos op de grond liggend slachtoffer als poging tot doodslag (ECLI:NL:GHAMS:2025:1611), en de Hoge Raad liet een veroordeling in stand van een man die een slachtoffer meermalen met grote kracht tegen het hoofd sloeg, waarbij nekwervels en schedel braken (ECLI:NL:HR:2026:1365). Maar waar de kracht van de schoppen niet kon worden vastgesteld, bleef het bij poging tot zware mishandeling, zoals bij drie jongens die een in foetushouding liggend slachtoffer schopten en sloegen (ECLI:NL:RBDHA:2026:9146). Wie met een auto op een persoon inrijdt, wordt doorgaans veroordeeld voor poging tot doodslag: de rechtbank Oost-Brabant legde 24 maanden op aan een man die onverhoeds en steeds sneller achteruitreed tegen zijn ex-partner (ECLI:NL:RBOBR:2025:5874). Vuurwapens leiden tot de hoogste straffen; het gerechtshof 's-Hertogenbosch legde in juli 2026 elfenhalf jaar op aan een man die meerdere schoten loste op een weglopende groep en een rijdende auto (ECLI:NL:GHSHE:2026:1872).

Straffen en eisen

De oriëntatiepunten van de rechtspraak bevatten geen uitgangspunt voor poging tot doodslag; de bandbreedte in de rechtspraak loopt van enkele weken jeugddetentie tot meer dan tien jaar. Voor volwassenen die één of enkele messteken toebrengen zonder blijvend letsel ligt de straf meestal tussen 21 en 36 maanden, vaak deels voorwaardelijk, en in 2026 opvallend vaak gecombineerd met tbs wanneer sprake is van psychische problematiek. Sinds 1 september 2025 hanteert het Openbaar Ministerie een eigen richtlijn met uitgangspunten voor de eis: bij geweld zonder wapen 14 tot 34 maanden bij licht letsel, bij steek- of slagwapens 30 tot 48 maanden en bij vuurwapens 42 tot 58 maanden, oplopend tot tien jaar en meer bij blijvende invaliditeit.

De kwalificatie bepaalt in deze zaken dus niet alleen de strafmaat, maar ook of iemand jaren of maanden vastzit. Voor de verdediging gaat het om de concrete feiten: waar is gestoken of geslagen, met welke kracht en richting, en wat wijst erop dat de verdachte de dood juist niet wilde of niet voor mogelijk hield. Wie wordt verdacht van poging tot doodslag, heeft daarom vanaf het eerste verhoor een advocaat nodig die dit leerstuk beheerst.