Skip to content

Knowledge base / Workplace accidents

Dodelijke arbeidsongevallen: actuele rechtspraak

mr E. (Rick) Janse

Advocaat | Partner

30 Sept 2026

Short answer

Na een dodelijk arbeidsongeval worden werkgevers en steeds vaker ook leidinggevenden strafrechtelijk vervolgd. Bedrijven krijgen boetes van tienduizenden tot honderdvijftigduizend euro, bestuurders taakstraffen. Beslissend is of het bedrijf de risico's in kaart had gebracht, instructies gaf en toezicht hield.

In 2025 registreerde de Nederlandse Arbeidsinspectie 59 dodelijke arbeidsongevallen, meer dan het jaar ervoor. Na zo'n ongeval volgt niet alleen onderzoek door de Arbeidsinspectie, maar in veel gevallen ook een strafzaak tegen de werkgever en, steeds vaker, tegen de bestuurder of leidinggevende persoonlijk. In dit artikel beschrijven wij op grond van de rechtspraak uit 2025 en 2026 hoe rechters deze zaken beoordelen, welke straffen zij opleggen en wat een werkgever kan doen om vervolging te voorkomen of te beperken.

Twee wegen naar strafrechtelijke aansprakelijkheid

Het Openbaar Ministerie vervolgt na een dodelijk arbeidsongeval doorgaans langs twee lijnen tegelijk. De eerste is dood door schuld (artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht), waarop maximaal twee jaar gevangenisstraf staat en bij roekeloosheid vier jaar. De tweede is de opzettelijke overtreding van artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet: het nalaten van maatregelen terwijl de werkgever weet of redelijkerwijs moet weten dat daardoor levensgevaar of ernstig gevaar voor de gezondheid ontstaat. Dat is een economisch delict waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf of een hoge geldboete staat. De Hoge Raad heeft in april 2025 bevestigd dat voor deze bepaling zogenoemd kleurloos opzet volstaat: het opzet hoeft alleen gericht te zijn op het nalaten van de maatregelen, niet op het gevaar zelf (ECLI:NL:HR:2025:631). Wie structureel geen keuringen, instructies of toezicht organiseert, voldoet daarmee al snel aan het opzetvereiste.

Wat de rechter beoordeelt

In vrijwel alle uitspraken draait het om dezelfde drie vragen: had het bedrijf de risico's van het werk in een risico-inventarisatie en -evaluatie beschreven, waren de werknemers geïnstrueerd en werd er toezicht gehouden? De rechtbank Oost-Brabant veroordeelde een logistiek bedrijf tot € 150.000 boete en de leidinggevende tot 240 uur taakstraf nadat een reachtruckchauffeur in een vrieshuis onder een omvallende, niet verankerde en niet gekeurde stelling terechtkwam (ECLI:NL:RBOBR:2025:5961 en 5973). Dezelfde rechtbank legde een suikerproducent € 50.000 op na de verstikkingsdood van een werknemer in een silo waarvoor geen veilige werkwijze bestond (ECLI:NL:RBOBR:2025:5522), en een zonnepanelenbedrijf € 50.000 nadat een monteur zonder valbeveiliging van een plat dak viel (ECLI:NL:RBOBR:2026:5395). In die laatste zaak overwoog de rechtbank dat het bedrijf de verantwoordelijkheid voor de veiligheid volledig op de werknemers had afgeschoven.

Het verweer dat het slachtoffer zelf een verkeerde keuze maakte, slaagt alleen bij een werkgever met een aantoonbaar sluitend veiligheidssysteem. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch sprak een rioolreinigingsbedrijf vrij van dood door schuld omdat de risico-inventarisatie, de procedures en de beschermingsmiddelen op orde waren en een ervaren werknemer op eigen initiatief zonder beveiliging een put was ingegaan; alleen voor het ontbreken van een goede overdracht bij een personeelswisseling volgde een boete van € 4.000 (ECLI:NL:GHSHE:2025:1798). Ontbreekt zo'n systeem, dan rekenen rechters het risicogedrag van de werknemer juist toe aan de werkgever als voorzienbaar gevolg. De rechtbank Overijssel deed dat in augustus 2026 bij een schoonmaakbedrijf waarvan een werknemer door een lichtdoorlatende dakplaat viel: het bedrijf kreeg € 40.000 boete en de bestuurder 200 uur taakstraf, meer dan het OM had geëist (ECLI:NL:RBOVE:2026:5266 en 5267).

Wie wordt vervolgd?

De rechtspersoon is vrijwel altijd verdachte, maar de kring wordt breder. Bestuurders en leidinggevenden worden als feitelijk leidinggever vervolgd wanneer zij van de gebreken wisten en de bevoegdheid hadden om in te grijpen. Bij inlening van personeel zijn uitlener en inlener gezamenlijk verantwoordelijk: na de dood van een uitzendkracht die in een donkere kippenstal door een verreiker werd overreden, kreeg het uitzendbureau € 100.000 boete en de pluimveebedrijven ieder € 50.000, waarbij het ontbreken van schriftelijke samenwerkingsafspraken als zelfstandige overtreding gold (ECLI:NL:RBOBR:2025:7469 en 7470). Ook een collega kan verdachte zijn: een kraanmachinist die tientallen windwaarschuwingen van zijn kraan negeerde, waarna een plaat een dakwerker van het dak duwde, kreeg 120 uur taakstraf wegens dood door schuld (ECLI:NL:RBOBR:2026:6985). De Hoge Raad trok in december 2025 wel een grens: een bemanningsbedrijf dat een matroos aan een containerschip uitleende, was geen werkgever in de zin van de Arbowet en ging daarom vrijuit (ECLI:NL:HR:2025:1878).

Straffen en afdoening buiten de rechter

Bij een veroordeling door de rechter liggen de boetes voor bedrijven tussen € 40.000 en € 150.000, vaak deels voorwaardelijk. Rechters verhogen de boete bij eerdere incidenten en verlagen haar wanneer het bedrijf aansprakelijkheid erkent, maatregelen heeft getroffen en de nabestaanden heeft gecompenseerd. Daarnaast worden vorderingen van nabestaanden toegewezen, waaronder affectieschade van € 17.500 tot € 20.000 per persoon. Een groot deel van de zaken wordt inmiddels door het Openbaar Ministerie zelf afgedaan met een strafbeschikking of transactie van € 30.000 tot € 150.000, zoals bij een kaasverwerker die veiligheidsvoorzieningen bewust had uitgeschakeld (€ 125.000) en een afvalverwerker waar een chauffeur door een shovel werd aangereden (€ 150.000).

Voor werkgevers is de les uit deze rechtspraak eenduidig. Een actuele risico-inventarisatie, gekeurde arbeidsmiddelen, schriftelijke instructies en aantoonbaar toezicht zijn niet alleen wettelijke verplichtingen, maar ook het enige verweer dat na een ongeval standhoudt. Gebeurt er toch een ongeval, dan is het van belang direct juridische bijstand in te schakelen, nog voordat verklaringen aan de Arbeidsinspectie worden afgelegd. Een vroege, zorgvuldige opstelling, waaronder erkenning waar dat passend is en aandacht voor de nabestaanden, weegt bij de strafmaat zwaar mee en kan het verschil maken tussen een strafzaak en een afdoening buiten de rechter.