Skip to content

Knowledge base / Economic Offences Act (WED)

Fraude met diervoeders: omkatten, opmengen en de strafrechtelijke gevolgen

mr E. (Rick) Janse

Advocaat | Partner

02 Oct 2026

Short answer

Fraude met diervoeders draait om het vaak om het opwaarderen van afval- en reststromen tot voedermiddel en het wegmengen van slechte partijen. De NVWA-IOD en het Functioneel Parket vervolgen dit als economisch delict met valsheid in geschrift.

De Nederlandse diervoedersector verwerkt jaarlijks miljoenen tonnen grondstoffen, waaronder reststromen uit de levensmiddelenindustrie. Juist daar ligt het risico op fraude. Een partij die als afval geld kost, levert als voedermiddel geld op, en een verontreinigde partij verdwijnt uit beeld zodra zij wordt opgemengd met goede. De NVWA noemt het opwaarderen, in de sector 'omkatten' genoemd, de meest voorkomende fraudevorm in de diervoederketen. In dit artikel beschrijven wij hoe deze fraude wordt opgespoord en vervolgd, welke regels worden toegepast en wat de rechtspraak laat zien over de straffen.

Het juridisch kader

De regels voor diervoeders zijn grotendeels Europees. Verordening (EG) 183/2005 bepaalt dat diervoederbedrijven alleen grondstoffen mogen betrekken van geregistreerde of erkende leveranciers en dat zij een door de producent afgegeven kwalificatie, zoals 'niet bestemd voor diervoeder', niet mogen wijzigen. Verordening 178/2002 eist dat iedere partij traceerbaar is, en Verordening 1069/2009 regelt welke dierlijke bijproducten in voer mogen worden verwerkt. In Nederland zijn deze voorschriften strafbaar gesteld via de Wet dieren en de Wet op de economische delicten: wie ze opzettelijk overtreedt, pleegt een misdrijf waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf of een hoge geldboete staat, en de rechter kan daarnaast de onderneming stilleggen of de verdachte uit zijn beroep ontzetten. In de praktijk komt daar bijna altijd valsheid in geschrift bij (artikel 225 Sr), omdat omkatten alleen werkt met valse etiketten, afleverbonnen en facturen. Wanneer het voer de gezondheid van mens of dier daadwerkelijk in gevaar brengt, kan ook het verkopen van schadelijke waren (artikel 174 en 175 Sr) ten laste worden gelegd.

Opsporing: NVWA-IOD en Functioneel Parket

Diervoederfraude wordt opgespoord door de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de NVWA, onder gezag van het Functioneel Parket. Signalen komen binnen via de reguliere inspecties, het Nationaal Plan Diervoeders, waarin jaarlijks bijna 1.800 monsters op onder meer dioxinen, mycotoxinen, zware metalen en antibiotica worden onderzocht, het Europese netwerk tegen voedselfraude en het Early Warning System van het certificeringsschema GMP+. Uit het fraudebeeld van de NVWA blijkt dat handelaren verantwoordelijk zijn voor het merendeel van de signalen en dat laboratoria soms als facilitator optreden. De NVWA-IOD leverde in 2025 22 opsporingsonderzoeken in bij het OM en behandelde 150 fraudesignalen; ongeveer de helft van de zaken eindigt in een dagvaarding, een vijfde in een strafbeschikking. Kenmerkend voor deze onderzoeken is hun lange duur: tussen de doorzoeking en het vonnis liggen vaak vijf tot negen jaar.

De rechtspraak: omkatten en opwaarderen

De meest sprekende zaak is die van een GMP+-gecertificeerde diervoederhandelaar in Baarle-Nassau. Het bedrijf nam tussen 2017 en 2019 aardappelproducten en kaaswei af van niet-geregistreerde leveranciers, die daarvoor betaalden omdat het om afval ging, en verkocht hetzelfde materiaal na heretikettering als GMP+-geborgd diervoeder. Door opmenging zonder herkomstregistratie werden ruim 100 miljoen kilo aardappelstoommoes en bijna 11 miljoen kilo kaaswei ontraceerbaar; volgens het OM leverde dat bijna € 9 miljoen op. De rechtbank Oost-Brabant veroordeelde de bestuurder in augustus 2023 tot 32 maanden gevangenisstraf, waarvan twaalf voorwaardelijk, en het bedrijf tot een boete van bijna € 400.000 (ECLI:NL:RBOBR:2023:4266 en ECLI:NL:RBOBR:2023:4275). De rechtbank overwoog dat de overtreden regels de voedselveiligheid beschermen en dat de schending op zichzelf ernstig is, ook als geen concreet gevaar is gebleken; het misbruik van het vertrouwen dat van de GMP+-certificering uitging en de schaduwboekhouding werden zwaar aangerekend. Het gevorderde beroepsverbod wees de rechtbank af.

In dezelfde zomer veroordeelde de rechtbank Noord-Holland de leidinggevende van een vettenconcern in het Amsterdamse havengebied dat technische mengvetzuren met de kwalificatie 'niet voor diervoeder' via een Duitse tussenschakel als 'feedgrade' aan een diervoederbedrijf leverde, vetzuren afnam van een niet-erkende exploitant en een verhoogd kwikgehalte voor de NVWA verzweeg. Het OM eiste vier jaar gevangenisstraf en boetes tot anderhalf miljoen euro; de rechtbank kwam tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar, een taakstraf, een boete van ruim € 275.000 en bijna € 485.000 aan boetes voor de vennootschappen, mede omdat de redelijke termijn met jaren was overschreden (ECLI:NL:RBNHO:2023:6984). Een Flevolandse afvalverwerker die bij leveringen van afvalvetten en dierlijke bijproducten valse documenten gebruikte, accepteerde in 2023 een strafbeschikking van € 100.000 en stond daarnaast € 2,85 miljoen aan wederrechtelijk verkregen voordeel af. Ouder, maar nog steeds richtinggevend, is de zaak van een producent die in 2014 een sojamix met het verboden antibioticum furazolidon leverde en wiens administratie zo gebrekkig was dat tracering onmogelijk bleek; de rechtbank nam opzet aan omdat bewust voor een onoverzichtelijke bedrijfsvoering was gekozen (ECLI:NL:RBMNE:2021:3674).

Verwante zaken en civiele nasleep

Het strafrechtelijk kader voor gevaarlijke stoffen in de veehouderij is verder gevormd door de fipronilaffaire. De bestuurders van het bedrijf dat fipronilhoudende middelen op honderden pluimveebedrijven toepaste, werden in 2021 veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens het verkopen van schadelijke waren (ECLI:NL:RBOVE:2021:1508); het gerechtshof verlaagde die straf in 2023 fors vanwege het tijdsverloop. Ook de civiele gevolgen zijn groot. In de nasleep van de MPA-affaire uit 2002, waarin hormoonhoudend suikerwater via een afvalmakelaar in varkensvoer belandde, oordeelde de Hoge Raad in 2020 over de verdeling van de schade tussen de afvalproducent en de veehouder (ECLI:NL:HR:2020:1628). Afnemers in de keten die hun eigen controles verwaarlozen, dragen daarbij een deel van hun schade zelf.

Wat dit betekent voor bedrijven in de keten

De rechtspraak laat zien dat de strafrechter de voedselveiligheidsregels als zelfstandig beschermd belang ziet: het ontbreken van ziekte of schade is geen verweer. Beslissend is of grondstoffen van toegelaten leveranciers kwamen, of de kwalificatie van de producent is gerespecteerd en of iedere partij traceerbaar is gebleven. Voor handelaren, mengvoerproducenten en verwerkers van reststromen is een sluitende administratie daarmee niet alleen een kwaliteitseis, maar ook de kern van de verdediging in een strafzaak. Op 6 oktober 2026 dient bij de rechtbank in Breda opnieuw een omvangrijke zaak over illegale handel in oliën en vetten, zodat het onderwerp actueel blijft. Wie als bedrijf of bestuurder met een onderzoek van de NVWA-IOD wordt geconfronteerd, doet er verstandig aan direct juridische bijstand in te schakelen, nog voordat verklaringen worden afgelegd of stukken worden verstrekt.