Naar de inhoud

Kennisbank / Hechtenis

Voorlopige hechtenis: hoe lang mag het duren?

mr W.J. (Willem) Backer

Advocaat | Partner

04 mrt 2026 · 5 min lezen

Kort antwoord

Voorlopige hechtenis is aan strikte wettelijke termijnen gebonden. Elke fase van het voorarrest kent een eigen maximumduur en wordt telkens door een rechter getoetst. Op meerdere momenten kan om invrijheidstelling worden verzocht, waarbij de rol van de verdediging groot is.

Wie wordt aangehouden op verdenking van een strafbaar feit, krijgt te maken met een stelsel van strikte termijnen. Elke fase van het voorarrest kent een eigen maximumduur, een eigen beslisser en een eigen toets. In dit artikel zetten wij uiteen hoe lang iedere fase mag duren, wanneer een rechter zich over de vrijheidsbeneming buigt en op welke momenten invrijheidstelling mogelijk is.

Ophouden voor onderzoek en inverzekeringstelling

Na de aanhouding wordt de verdachte overgebracht naar het politiebureau en opgehouden voor onderzoek. Deze eerste fase duurt maximaal negen uur wanneer het gaat om een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, en maximaal zes uur bij lichtere feiten. De uren tussen middernacht en negen uur 's ochtends tellen daarbij niet mee, zodat een nacht op het bureau de termijn niet verbruikt.

Is meer tijd nodig voor het onderzoek, dan kan de (hulp)officier van justitie de verdachte in verzekering stellen. De inverzekeringstelling duurt ten hoogste drie dagen en kan bij dringende noodzakelijkheid eenmaal met drie dagen worden verlengd. Uiterlijk binnen drie dagen en achttien uur na de aanhouding moet de verdachte worden voorgeleid aan de rechter-commissaris, die de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming toetst. Dit is het eerste moment waarop een onafhankelijke rechter naar de zaak kijkt en de verdediging om invrijheidstelling kan vragen.

Bewaring: veertien dagen

Wil de officier van justitie de verdachte langer vasthouden, dan vordert hij bij de rechter-commissaris de inbewaringstelling. De bewaring duurt maximaal veertien dagen en is de eerste vorm van voorlopige hechtenis in eigenlijke zin. De rechter-commissaris beveelt de bewaring alleen wanneer sprake is van ernstige bezwaren tegen de verdachte én van een wettelijke grond: vluchtgevaar, een ernstig geschokte rechtsorde bij een feit waarop twaalf jaar of meer gevangenisstraf staat, gevaar voor herhaling of het belang van het onderzoek, bijvoorbeeld omdat de verdachte bewijs zou kunnen wegmaken of getuigen zou kunnen beïnvloeden.

Gevangenhouding: maximaal negentig dagen

Na de bewaring beslist niet langer één rechter, maar de raadkamer van de rechtbank over de gevangenhouding. Die kan in één keer of in gedeelten worden bevolen voor in totaal ten hoogste negentig dagen. De verdachte wordt daarbij gehoord en de verdediging kan de ernstige bezwaren en de gronden opnieuw ter discussie stellen. Zijn de negentig dagen verstreken, dan moet het onderzoek ter terechtzitting beginnen. Is het opsporingsonderzoek dan nog niet afgerond, dan volgt een zogeheten pro-formazitting, waarna de zaak telkens voor bepaalde tijd wordt aangehouden terwijl de voorlopige hechtenis doorloopt. Ook op die zittingen kan om opheffing of schorsing worden gevraagd.

Belangrijk is verder het anticipatiegebod: de voorlopige hechtenis mag niet langer duren dan de vrijheidsstraf die de rechter naar verwachting zal opleggen. Dreigt het voorarrest de te verwachten straf te overstijgen, dan moet de rechter de hechtenis beëindigen. Voor de verdediging is dit in de praktijk een van de meest kansrijke argumenten, zeker in zaken waarin een taakstraf of een korte gevangenisstraf voor de hand ligt.

Momenten waarop u vrij kunt komen

Invrijheidstelling is niet pas aan de orde bij de einduitspraak. De rechter kan de voorlopige hechtenis op elk moment opheffen wanneer de gronden zijn weggevallen, en kan haar schorsen onder voorwaarden, zoals een meldplicht, een contactverbod of een borgsom. Een verzoek daartoe kan in iedere fase worden gedaan en kan bij afwijzing later worden herhaald, zeker wanneer de omstandigheden zijn veranderd. Komt het tot een veroordeling, dan wordt de tijd die in voorarrest is doorgebracht volledig op de straf in mindering gebracht.

Alles bij elkaar kan het voorarrest daarmee ruim drieënhalve maand duren voordat de inhoudelijke behandeling begint: negen uur ophouden voor onderzoek, tweemaal drie dagen inverzekeringstelling, veertien dagen bewaring en negentig dagen gevangenhouding. Tegenover die lange termijnen staat dat elke beslissing een eigen rechterlijke toets kent. Een advocaat die vanaf het eerste verhoor bij de zaak betrokken is, kan op ieder beslismoment de ernstige bezwaren, de gronden en de proportionaliteit ter discussie stellen. Hoe eerder dat gebeurt, hoe groter de kans dat de vrijheidsbeneming beperkt blijft.