Naar de inhoud

Kennisbank / Fraude & witwassen

Witwassen na internetoplichting en bankhelpdeskfraude: hoe straft de rechter geldezels, pinners en bellers?

01 okt 2026

Kort antwoord

Bij internetoplichting en bankhelpdeskfraude wordt vrijwel iedereen in de keten vervolgd, ook wie alleen zijn bankrekening afstaat. De rechtspraak van 2025 en 2026 laat een duidelijke verdeling zien: geldezels krijgen een taakstraf, pinners en ophalers maanden gevangenisstraf en de bellers en organisatoren jaren.

Internetoplichting, bankhelpdeskfraude en WhatsApp-fraude zijn de afgelopen jaren explosief gegroeid. De Fraudehelpdesk ontving in 2025 ruim 100.000 meldingen, zestig procent meer dan het jaar ervoor, met een gemelde schade van bijna € 68,5 miljoen. Alleen al bankhelpdeskfraude kostte volgens de banken in 2025 € 25,8 miljoen, verdeeld over bijna 6.000 vooral oudere slachtoffers. Het gestolen geld wordt vrijwel altijd via de bankrekeningen van anderen weggesluisd. Daardoor komen niet alleen de daders zelf, maar ook de rekeninghouders, de pinners en de tussenpersonen in beeld bij politie en justitie. In dit artikel beschrijven wij hoe de rechter in 2025 en 2026 de verschillende rollen in deze keten beoordeelt en bestraft.

Geldezels: taakstraf, maar wel een strafblad

De geldezel stelt zijn bankrekening, pinpas of inloggegevens beschikbaar, vaak tegen een kleine vergoeding en vaak op jonge leeftijd. Het Openbaar Ministerie legt in die zaken doorgaans zowel medeplegen van oplichting als witwassen ten laste. De rechtspraak is op het eerste punt terughoudend: wie alleen zijn rekening afstaat, weet niet welk misdrijf daarmee wordt gepleegd en wordt daarom vrijwel steeds vrijgesproken van de oplichting zelf. De rechtbank Midden-Nederland overwoog in juni 2025 dat met een ter beschikking gestelde rekening vele uiteenlopende delicten kunnen worden gepleegd, zodat opzet op de concrete oplichting niet vaststaat (ECLI:NL:RBMNE:2025:3007). De veroordeling loopt dan via witwassen: wie ziet dat grote bedragen binnenkomen en vermoedt dat het niet in de haak is, aanvaardt bewust de kans dat hij misdaadgeld doorsluist. Een rekeninghouder over wiens zakelijke rekening ruim € 200.000 uit bankhelpdeskfraude liep, kreeg zo twee maanden voorwaardelijk en 180 uur taakstraf, terwijl het OM negen maanden gevangenisstraf had geëist (ECLI:NL:RBZWB:2026:831). Een 18-jarige die pakketten ophaalde die met fraudegeld waren betaald, kreeg 150 uur taakstraf (ECLI:NL:RBZWB:2026:843), en het gerechtshof Den Haag volstond bij een vrouw die haar rekening voor WhatsApp-fraude had afgestaan met 40 uur (ECLI:NL:GHDHA:2026:1215).

Toch is een veroordeling niet vanzelfsprekend. De rechtbank Midden-Nederland sprak een man volledig vrij omdat niet bewezen was dat hij nog beschikking had over de rekening die op zijn naam stond; dat geld op een rekening staat, is onvoldoende om het 'voorhanden te hebben' (ECLI:NL:RBMNE:2025:3009). De Hoge Raad liet in september 2025 een veroordeling voor schuldwitwassen in stand van een vrouw die zonder onderzoek € 5.000 uit phishing ontving en direct doorstuurde (ECLI:NL:HR:2025:1208), maar de advocaat-generaal concludeerde in september 2026 tot vernietiging van een veroordeling wegens medeplichtigheid, omdat het vereiste dubbele opzet van de rekeninghouder onvoldoende uit het bewijs volgde (ECLI:NL:PHR:2026:821). De wetenschap van de geldezel is dus het beslissende punt in de verdediging.

Pinners, ophalers en tussenpersonen: maanden gevangenisstraf

Wie het geld opneemt, pinpassen bij slachtoffers thuis ophaalt of de bellers van adressen en codes voorziet, wordt zwaarder gestraft, omdat deze rol onmisbaar is en vaak direct contact met kwetsbare ouderen meebrengt. De rechtbank Midden-Nederland legde in april 2026 vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf op aan een pinner die voor zes oudere slachtoffers ruim € 60.000 had opgenomen, hoewel het OM een taakstraf had geëist; de georganiseerde fraude op ouderen en eerdere veroordelingen stonden aan een taakstraf in de weg (ECLI:NL:RBMNE:2026:1524). Een chauffeur die als tussenpersoon tussen de bellers en de ophaler fungeerde, kreeg zes maanden plus de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf (ECLI:NL:RBLIM:2026:10384). Persoonlijke omstandigheden kunnen de uitkomst echter sterk beïnvloeden: het gerechtshof Den Haag beperkte de gevangenisstraf van een jonge ophaalster die bij 25 slachtoffers passen en sieraden had opgehaald tot het voorarrest, aangevuld met 480 uur taakstraf (ECLI:NL:GHDHA:2026:2909).

Bellers en organisatoren: jaren gevangenisstraf

Aan de top van de keten staan de bellers die zich voordoen als bankmedewerker of politie, en de organisatoren die callcenters, telefoons en geldezels regelen. Hier legt de rechter onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van twee tot zeven jaar op. De rechtbank Noord-Nederland veroordeelde in april 2026 een 24-jarige die acht slachtoffers voor ongeveer € 900.000 oplichtte en miljoenen in cryptovaluta witwaste tot zeven jaar; hij was vanuit de gevangenis doorgegaan (ECLI:NL:RBNNE:2026:1116). Dezelfde straf kreeg de leider van een organisatie die phishing en bankhelpdeskfraude combineerde met gewoontewitwassen van ruim € 1 miljoen (ECLI:NL:RBROT:2026:2685). Bellers die vanuit een vakantiehuisje opereerden, kregen drie tot vier jaar (ECLI:NL:RBNNE:2025:1463). De rechter houdt daarbij rekening met de redelijke termijn en met rehabilitatie: een beller die verantwoordelijk was voor bijna € 500.000 schade, maar inmiddels een positieve ontwikkeling doormaakte, kreeg zestien maanden waarvan acht voorwaardelijk en een taakstraf (ECLI:NL:RBZWB:2026:3048).

Schadevergoeding en wat dit betekent

Voor de strafmaat sluiten rechters aan bij de oriëntatiepunten voor fraude, die het benadeelde bedrag als uitgangspunt nemen: van enkele weken bij bedragen tot € 10.000 tot twee jaar of meer boven € 1 miljoen. Strafverzwarend zijn kwetsbare oudere slachtoffers, een professionele werkwijze en doorgaan tijdens een schorsing of detentie. Slachtoffers en banken voegen zich vrijwel altijd als benadeelde partij. Tegen medeplegers van de oplichting worden die vorderingen hoofdelijk toegewezen, maar tegen geldezels die alleen voor witwassen worden veroordeeld, worden zij vaak niet-ontvankelijk verklaard, omdat de schade niet rechtstreeks door het witwassen is veroorzaakt.

De les uit deze rechtspraak is tweeledig. Wie zijn rekening of pas afstaat, loopt het risico op een strafblad en een taakstraf, ook als hij niets wist van de oplichting zelf; de verdediging richt zich dan op de wetenschap en de beschikkingsmacht over de rekening. Voor slachtoffers is van belang dat de strafzaak de meest directe weg naar schadevergoeding is, mits de vordering tegen de juiste verdachte en met de juiste grondslag wordt ingediend. Defence Advocaten staat zowel verdachten als slachtoffers in fraudezaken bij.