Kort antwoord
Strafbaar is niet het eigendom van drugs, maar het aanwezig hebben ervan. Daarvoor moet iemand van de drugs hebben geweten en erover hebben kunnen beschikken. Alleen in de woning wonen of aanwezig zijn is onvoldoende; de rechter beoordeelt de situatie per bewoner.
De politie doorzoekt een woning en vindt drugs: een zak pillen in de meterkast, een kilo hennep op zolder. Vervolgens worden alle bewoners als verdachte aangemerkt. Wie van hen is strafbaar? In dit artikel leggen wij uit wat 'aanwezig hebben' in de zin van de Opiumwet betekent, hoe de rechter oordeelt wanneer meerdere mensen in de woning verblijven en welke gevolgen een vondst kan hebben naast de strafzaak.
Aanwezig hebben: wetenschap en beschikkingsmacht
De Opiumwet stelt niet het eigendom van drugs strafbaar, maar onder meer het 'aanwezig hebben' ervan. Dat begrip is ruimer dan eigendom of bezit, maar kent wel duidelijke grenzen. Volgens vaste rechtspraak is vereist dat de drugs zich in de machtssfeer van de verdachte bevonden: hij moet er wetenschap van hebben gehad en erover hebben kunnen beschikken. Wie niet weet dat er drugs in huis liggen, heeft ze niet aanwezig in de zin van de wet. Ook degene die daarvan wél op de hoogte is, maar niet over de drugs kan beschikken, is niet zonder meer strafbaar.
Het enkele feit dat iemand in een woning woont of daar op het moment van de doorzoeking aanwezig is, is dus onvoldoende voor een veroordeling. De rechter kijkt naar de concrete omstandigheden: waar zijn de drugs gevonden, was die plek voor iedereen toegankelijk of juist afgesloten, wiens spullen lagen erbij, zijn er vingerafdrukken of DNA-sporen, wat blijkt uit telefoons en verklaringen, en wie had de sleutel van de betreffende ruimte? Drugs in een gezamenlijke schuur leveren daardoor een wezenlijk andere bewijspositie op dan drugs in een afgesloten slaapkamer die maar door één bewoner werd gebruikt.
Medebewoners: samen of ieder voor zich?
Bij meerdere bewoners kan het openbaar ministerie twee wegen bewandelen. Het kan proberen te bewijzen dat één bewoner de drugs aanwezig had, of dat de bewoners dat tezamen deden. Voor dat laatste, medeplegen, is een nauwe en bewuste samenwerking vereist; de enkele wetenschap dat een huisgenoot drugs in huis heeft, maakt iemand nog geen medepleger. In de praktijk komt het dan ook geregeld voor dat de ene bewoner wordt veroordeeld en de andere wordt vrijgesproken, omdat wetenschap en beschikkingsmacht per persoon moeten worden vastgesteld.
Voor de bewoner die van niets wist, ligt het voor de hand om dat direct uitgebreid aan de politie uit te leggen. Toch geldt ook hier het uitgangspunt: eerst overleggen met een advocaat, dan pas verklaren. Verklaringen van huisgenoten worden met elkaar vergeleken en tegenstrijdigheden over wie welke ruimte gebruikte, kunnen een op zichzelf sterke positie verzwakken. Een doordachte, verifieerbare verklaring over de feitelijke woonsituatie is daarentegen vaak van grote betekenis voor de uitkomst van de zaak.
Gevolgen naast de strafzaak
Een drugsvondst heeft voor de bewoners vaak ook gevolgen buiten het strafrecht. De burgemeester kan de woning sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet, ook wanneer de strafzaak nog loopt of eindigt in een sepot; tegen zo'n sluiting staat een eigen bestuursrechtelijke rechtsgang open. Huurders riskeren daarnaast ontbinding van de huurovereenkomst, en bij een hennepkwekerij volgen dikwijls een vordering van de netbeheerder wegens afgetapte stroom en een ontnemingsvordering voor het geschatte voordeel. Naast de strafzaak kunnen dus meerdere procedures tegelijk gaan lopen, elk met eigen termijnen en eigen rechtsmiddelen.
De vraag van wie de drugs zijn, beantwoordt de rechter dus niet aan de hand van eigendom, maar aan de hand van bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht per bewoner. Omdat dat bewijs wordt opgebouwd uit veel kleine omstandigheden, is rechtsbijstand vanaf het eerste verhoor van groot belang. Wie in een woning wordt aangetroffen waar drugs zijn gevonden, doet er verstandig aan zich op zijn zwijgrecht te beroepen totdat de strategie met een advocaat is bepaald.
